Muurschildering Melina Mercouri in Patras

15 juli 2020

klik op een afbeelding voor een vergroting

Wie door Patras wandelt kan zomaar oog in oog komen te staan met Melina Mercouri. Niet in levende lijve – de de Griekse actrice, zangeres en politica overleed in 1994 – maar wel meer dan levensgroot.

Een enorme muurschildering van Mercouri siert de volledige zijkant van een vijf verdiepingen tellend appartementengebouw op de kruising van de Aartsbisschop Kirillou-traat en Themistokleous-straat in de havenstad.

De zwart-witte muurschildering toont Mercouri met een sigaret in haar hand en op de gekleurde achtergrond is het Parthenon te zien. Ook verwijst de schildering naar haar film ‘Never on Sunday’ en het bekende lied ‘Ta pedia tou Pirea’.

Het werk is gemaakt door een groep graffiti-artiesten die bekend staat als Art in Progress, onder leiding van beeldend kunstenaar Kleomenis Kostopoulos. Kostopoulos is de directeur van ArtWalk, het Internationale Street Art Festival in Patras. Het festival wordt dit jaar voor de vijfde keer gehouden.

Melina Mercouri

Maria Amalia ‘Melina’ Mercouri werd op 18 oktober 1920 geboren in Athene als dochter van de politicus Stamatis Mercouris. Ze werd ontdekt als actrice door Jules Dassin, met wie ze in 1966 in het huwelijk trad. Mercouri verwierf grote bekendheid met haar rol als de vrijgevochten prostituee Ilia in Dassins film ‘Never on Sunday’ (Ποτέ Την Κυριακή) uit 1960.

Toen in 1967 het dictatoriale kolonelsregime de macht greep in Griekenland, zette Mercouri zich in als activist. Ze reisde heel de wereld over om strijd te voeren tegen het dictatoriale regime. Als gevolg hiervan nam de junta haar Griekse nationaliteit af.

Na de val van de junta in 1974 keerde Mercouri terug naar Griekenland en ging de politiek in. Ze was actief betrokken bij de oprichting van de socialistische partij Pasok en werd in 1977 parlementslid voor de partij.

Van 1981 tot 1989 was Mercouri (de eerste vrouwelijke) minister van Cultuur, Jeugd en Sport. Ze drukte haar stempel op het Griekse cultuurbeleid en zette zich nadrukkelijk in voor de terugkeer van de Parthenon Marbles naar Athene.

2020 is Mercouri-jaar

Het Griekse ministerie van Cultuur heeft 2020 uitgeroepen tot het ‘Melina Mercouri-jaar’. In 2020 is het 100 jaar geleden dat de Griekse actrice, zangeres en politica werd geboren.


2020 uitgeroepen tot Melina Mercouri-jaar

24 oktober 2019

Het Griekse ministerie van Cultuur heeft 2020 uitgeroepen tot het ‘Melina Mercouri-jaar’. In 2020 is het 100 jaar geleden dat de Griekse actrice, zangeres en politica werd geboren.

In het Melina Mercouri-jaar worden in Griekenland (in samenwerking met de Melina Mercouri Foundation) diverse tentoonstellingen, kunstshows, filmvertoningen en andere culturele evenementen georganiseerd.

Maria Amalia ‘Melina’ Mercouri werd op 18 oktober  1920 geboren in Athene als dochter van de politicus Stamatis Mercouris. Ze werd ontdekt als actrice door Jules Dassin, met wie ze in 1966 in het huwelijk trad. In 1955 debuteerde ze in de film Stella van regisseur Michael Cacoyannis.

Mercouri verwierf grote bekendheid met haar rol als de vrijgevochten prostituee Ilia in Dassins film Never on Sunday  (Ποτέ Την Κυριακή) uit 1960. Ze won hiermee de prijs voor de beste actrice op het Filmfestival van Cannes en werd genomineerd voor een Oscar.

Verzet tegen junta

Mikis Theodorakis en Melina Mercouri

Toen in 1967 het dictatoriale kolonelsregime de macht greep in Griekenland, zette Mercouri zich in als activist. Ze reisde heel de wereld over om strijd te voeren tegen het dictatoriale regime. Als gevolg hiervan nam de junta haar Griekse nationaliteit af.  “Ik ben geboren als een Griek en ik zal sterven als een Griek. Meneer Pattakos (minister van Binnenlandse Zaken tijdens de junta) werd geboren als een fascist en zal sterven als een fascist”, was de reactie van Mercouri.

Na de val van de junta in 1974 keerde Mercouri terug naar Griekenland en ging de politiek in. Ze was actief betrokken bij de oprichting van de socialistische partij Pasok en werd in 1977 parlementslid voor de partij. Van 1981 tot 1989 was Mercouri (de eerste vrouwelijke) minister van Cultuur, Jeugd en Sport.

Parthenon Marbles

Ze drukte haar stempel op het Griekse cultuurbeleid en zette zich nadrukkelijk in voor de terugkeer van de Parthenon Marbles naar Athene.  Na haar dood in 1994 richtte echtgenoot Jules Dassin de Melina Mercouri Foundation op die haar visie levend moet houden.

Mercouri lanceerde in 1983 het idee van de Europese Cultuurhoofdstad. Doel van dit initiatief was het stimuleren en in stand houden van de verschillende culturen die Europa rijk is. Athene was in 1985 de eerste culturele hoofdstad van Europa.


Google brengt hommage aan Melina Mercouri

18 oktober 2015

Google_Doodle_Mercouri2

De Griekse homepage van Google brengt een eerbetoon aan Melina Mercouri. De Griekse actrice, zangeres en politica zou vandaag haar 95e verjaardag hebben gevierd. Mercouri overleed in 1994.

Maria Amalia ‘Melina’ Mercouri werd in 1920 geboren in Athene als dochter van de politicus Stamatis Mercouris. Ze werd ontdekt als actrice door Jules Dassin, met wie ze in 1966 in het huwelijk trad.

In 1955 debuteerde ze in de film Stella van regisseur Michael Cacoyannis. Mercouri verwierf grote bekendheid met haar rol als de vrijgevochten prostituee Ilia in Dassins film Never on Sunday uit 1960. Ze won hiermee de prijs voor de beste actrice op het Filmfestival van Cannes en werd genomineerd voor een Oscar.

Toen in 1967 het dictatoriale kolonelsregime de macht greep in Griekenland, zette Mercouri zich in als activist. Ze reisde heel de wereld over om strijd te voeren tegen het dictatoriale regime. Als gevolg hiervan nam de junta haar Griekse nationaliteit af.  “Ik ben geboren als een Griek en ik zal sterven als een Griek. Meneer Pattakos (minister van Binnenlandse Zaken tijdens de junta) werd geboren als een fascist en zal sterven als een fascist”, was de reactie van Mercouri.

Na de val van de junta in 1974 keerde Mercouri terug naar Griekenland en ging de politiek in. Ze was actief betrokken bij de oprichting van de socialistische partij Pasok en werd in 1977 parlementslid voor de partij. Van 1981 tot 1989 was Mercouri minister van Cultuur, Jeugd en Sport. Ze drukte haar stempel op het Griekse cultuurbeleid en zette zich nadrukkelijk in voor de terugkeer van de Elgin Marbles naar Athene. In 1983 lanceerde ze het idee van de Culturele Hoofdstad van Europa.

Na haar dood richtte echtgenoot Jules Dassin de Melina Mercouri Foundation op die haar visie levend moet houden.

Sinds 1998 past Google regelmatig het logo aan met verrassende doodles ter ere van feestdagen en beroemde kunstenaars, pioniers en wetenschappers. Eerder maakte de zoekmachine al speciale Griekse doodles voor filmmaker Theo Angelopoulos, dichter Odysseas Elytis,  operadiva Maria Callas en dichter Dionysios Solomos.


Culturele Hoofdstad 2015 eert Melina Mercouri

17 juli 2014

Melina_MercouriDe Belgische stad Mons (Bergen), in 2015 de culturele hoofdstad van Europa, zal een eerbetoon brengen aan Melina Mercouri. De gemeenteraad heeft besloten een centrale straat te vernoemen naar de Griekse politica.

Mercouri lanceerde in 1983 het idee van de Culturele Hoofdstad van Europa. Doel hiervan was het stimuleren en in stand houden van de verschillende culturen die Europa rijk is. Athene was in 1985 de eerste culturele hoofdstad.

Mercouri was actief betrokken bij de oprichting van de socialistische Pasok-partij. Van 1981 tot 1989 was ze Grieks minister van Cultuur, Jeugd en Sport. Mercouri drukte haar stempel op het Griekse cultuurbeleid en zette zich nadrukkelijk in voor de terugkeer van de Elgin Marbles naar Athene.

Behalve politica was Mercouri ook zangeres en actrice. Ze verwierf vooral bekendheid door haar rol in de film Never on Sunday uit 1960. Na haar dood in 1994 richtte haar echtgenoot Jules Dassin de Melina Mercouri Foundation op die haar visie levend moet houden.


De Parthenon Marbles moeten terug naar huis

25 juli 1900

Ze zijn al jaren inzet van een conflict tussen de Griekse en Britse regering: de Parthenon (of Elgin) Marbles, een verzameling marmeren friezen en metopen van de Acropolis, plus een van de Kariatiden van het Erechteion in Athene.

Lord Elgin

Lord Elgin

De fragmenten werden door Thomas Bruce, de 7e Graaf van Elgin en Brits ambassadeur in het Ottomaanse Rijk, tussen 1801 en 1804 van Athene naar Londen gebracht. Omdat hij krap bij kas zat verkocht Lord Elgin de marmeren sculpturen in 1806 voor 35.000 pond aan de Britse regering. Vanwege hun grote culturele waarde besloot een parlementaire commissie dat de fragmenten staatseigendom moesten worden. In 1816 werden de Parthenon Marbles opgenomen in het British Museum in Londen. Daar staan ze, bijna 200 jaar later, nog steeds en het wordt hoog tijd dat daar verandering in komt.

Betoverde meisjes

Het weghalen van de fragmenten is al vanaf het begin omstreden. Vooral de diefstal van de Kariatide, een gebeeldhouwde pilaar in de vorm van een vrouwenfiguur, zette kwaad bloed bij de 19e-eeuwse Grieken. Volgens een mythe zijn de beelden betoverde meisjes die weer tot leven zouden komen als de Turkse bezetters uit Griekenland waren vertrokken. Bijgelovige Atheners meenden zelfs nachtelijke klaagzangen te horen van de achtergebleven korai, die treurden om hun verloren zuster.

Griekenland heeft talloze pogingen ondernomen om de Parthenon Marbles terug te halen. De Griekse koning Otto probeerde tussen 1835 en 1842 de sculpturen terug te kopen van Engeland, met minder belangrijke oudheden als ruilmiddel. Melina Mercouri maakte zich als Grieks minister van Cultuur (1981-1989 en 1993-1994) sterk voor een terugkeer van de Parthenon Marbles naar Athene. Ook voormalig cultuurminister en huidige premier Antonis Samaras pleitte voor teruggave van de marmeren fragmenten. Zonder enig resultaat, want Engeland weigert afstand te doen van de beelden.

Onherstelbaar beschadigd

Al decennia lang staan de Britten een terugkeer naar Griekenland in de weg. De beelden kunnen nergens ter wereld zo goed worden bewaard als in Londen, menen ze. Bovendien zouden de beelden onherstelbare schade kunnen oplopen door de luchtvervuiling in Athene en zou het museum op de Acropolis niet geschikt zijn om de beelden goed te conserveren. Die argumenten zijn inmiddels achterhaald.

Een metope, onderdeel van de Parthenon Marbles

Een metope, onderdeel van de Parthenon Marbles

De Britten blijken namelijk zelf ook niet zo goed voor de beelden te hebben gezorgd. De marmeren stukken zijn tijdens hun verblijf in het British Museum onherstelbaar beschadigd. In 1936 kregen de sculpturen een grondige schoonmaakbeurt, op aanraden van Lord Duven – een invloedrijke Britse kunsthandelaar – die meende dat de beelden hagelwit dienden te zijn. Dit draaide uit op een ramp toen ondeskundige schoonmakers ijverig aan de slag gingen met staalwol, beitels en bijtende chemicaliën. Hierdoor zijn veel details verloren gegaan en raakte tachtig procent van het oppervlak van de beelden zwaar beschadigd.

Het museum in Londen is volgens de Britten de beste plaats voor de beelden, maar Griekenland is nu ook prima in staat om de Parthenon Marbles te conserveren zoals het hoort. Sinds 1975 werken de Grieken aan de renovatie van de Acropolis, dé grootste publiekstrekker in Athene. Aan de voet van de tafelberg opende in 2009 een gloednieuw museum, waar een speciale vleugel is gereserveerd voor de huisvesting van de complete verzameling sculpturen van het Parthenon. Voor de stukken die in Londen staan, is een plaatsje vrij gehouden. En met die beruchte smog van uitlaatgassen in Athene valt het tegenwoordig ook reuze mee trouwens.

Kunstroof en vandalisme

Het nieuwe Acropolismuseum

Het nieuwe Acropolismuseum

Een ander argument van de Britten is dat de marmeren sculpturen eerlijk zijn gekocht en dat het British Museum dus de rechtmatige eigenaar is. Daar zijn heel wat vraagtekens bij te zetten. Lord Elgin zou van de Ottomaanse sultan alleen toestemming hebben gekregen om de sculpturen te onderzoeken en er kopieën van te maken, niet om complete beelden en fresco’s van het Parthenon te verwijderen. En had de sultan – als bezetter – wel het recht om te beslissen wat er met de marmeren fragmenten werd gedaan? Mag je iets weggeven wat niet jouw eigendom is? De Grieken noemen het weghalen van de Parthenon Marbles terecht kunstroof en vandalisme.

Culturele schatten horen thuis op de plaats waar zij vandaan komen. Steeds meer musea hanteren strengere ethische codes en regeringen zijn bereid samen te werken om (gestolen) artefacten te retourneren aan het land van herkomst. Het Vaticaan en het Getty Museum hebben al fragmenten van het Parthenon teruggeven aan Griekenland. Het zou de Britten sieren als zij dat voorbeeld volgden.

__________________________________________________

Publicatiedatum: 25 juli 2014

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het online geschiedenismagazine Historiek.net als eerste deel van een tweeluik. Historicus Jona Lendering schreef hier een reactie op. 

__________________________________________________