Wassenbeeldenmuseum eert Kolokotronis en Bouboulina

9 maart 2021

(klik op een afbeelding voor een vergroting)

Het is dit jaar 200 jaar geleden dat Griekenland in opstand kwam tegen de Ottomaanse overheersers. Om de Griekse Revolutie van 1821 te herdenken laat het wassenbeeldenmuseum in Kavala de historische figuren Theodoros Kolokotronis en Laskarina Bouboulina ‘herleven’.

“Hoe meer ik hun leven en hun heldendom bestudeerde, hoe groter mijn inspiratie, bewondering en ontzag werd. Daarom besloot ik hen op mijn eigen manier te eren, door middel van mijn kunst”, zegt Theodoros Kokkinidis, die het wassenbeeldenmuseum beheert.

Theodoros Kolokotronis

De Griekse generaal Theodoros Kolokotronis geldt als de meest prominente figuur van de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog. Hij staat ook bekend als “de Oude Man van Morea”. Zijn grootste succes was de nederlaag van het Ottomaanse leger onder het bevel Mahmud Dramali Pasha in de Slag om Dervenakia in augustus 1822. In 1825 werd Kolokotronis benoemd tot opperbevelhebber van de Griekse strijdkrachten in Peloponnesos.

Theodoros Kolokotronis overleed in 1843 op 72-jarige leeftijd. Voor de invoering van de euro prijkte zijn afbeelding op de Griekse bankbiljetten van 5000 drachme. Hij wordt algemeen beschouwd als de volksheld van Griekenland.

Laskarina Bouboulina

Laskarina Bouboulina was een Griekse revolutionair en marinecommandant. Na de dood van haar tweede echtgenoot – kapitein Bouboulis – werd ze eigenaar van scheepswerven en een handelsvloot. Toen in 1821 de Vrijheidsoorlog uitbrak, liet zij met eigen middelen haar handelsschepen ombouwen tot oorlogsschepen (onder meer de Agamemnon waarover zij persoonlijk het bevel voerde). Die vloot zette ze van 1821 tot 1824 in tijdens verschillende zeeslagen met de Turken. Zo voerde Bouboulina het bevel tijdens de belegering en de bevrijding van Nauplion.

Bouboulina raakte goed bevriend met generaal Kolokotronis en haar dochter trouwde later met zijn zoon. Laskarina Bouboulina sierde het biljet van 50 drachme uit 1978 en tussen 1988 en 2001 stond haar profiel op de munt van 1 drachme.

Prominente Grieken in was vereeuwigd

De wassen beelden van Bouboulina en Kolokotronis krijgen in het museum een plekje naast het beeld van Ioannis Kapodistrias, die van 1828 tot eind 1829 de eerste gouverneur van het onafhankelijke Griekenland was. Kunstenaar Kokkinidis maakte zijn wassen evenbeeld in 2019. Kokkinidis heeft ook nog plannen om nog twee andere figuren uit de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog (de Griekse militaire commandant Georgios Karaiskakis en de heldin Manto Mavrogenous) in was te vereeuwigen.

Het museum van Kokkinidis opende in maart 2010 zijn deuren in Kipia, een paar kilometer buiten Eleftheroupoli in de prefectuur Kavala. Het herbergt wassen beelden van verschillende prominente Grieken, waaronder Andreas Papandreou, Constantinos Karamanlis, Melina Mercouri, Maria Callas, Aristotelis Onassis, Konstantinos Kavafis en Mikis Theodorakis. Ook enkele buitenlandse beroemdheden zijn in het museum te zien.


Tabaksdoos van Kapodistrias brengt 73.000 euro op

19 december 2018

De tabaksdoos van Ioannis Kapodistrias

Een gouden tabaksdoos die toebehoorde aan de eerste gouverneur van Griekenland, Ioannis Kapodistrias, is op een privéveiling in Athene verkocht voor 73.392 euro. Het sierlijke doosje met filigraanwerk en monogram was een van de meest aansprekende stukken die onder de hamer gingen bij Vergos House.

Ioannis Kapodistrias werd in 1776 geboren op Corfu uit een aristocratische familie. Hij studeerde geneeskunde, filosofie en rechten aan de universiteit van Padua. Zijn eerste politieke stappen zette Kapodistrias in 1803, toen hij secretaris werd van de vrije en onafhankelijk Ionische staat. In 1809 trad hij als diplomaat in dienst van de Russische tsaar Alexander I en van 1815 tot 1822 was hij minister van Buitenlandse Zaken van het Russische Rijk.

Eerste gouverneur

Ioannis Kapodistrias

In 1827 benoemde de Nationale Assemblee van Trizina hem tot gouverneur (Κυβερνήτης) van de nieuw opgerichte Griekse staat. Kapodistrias bouwde het land vanaf de grond op en gebruikte daarvoor zijn eigen vermogen. Hij stichtte scholen, richtte stichtingen op om jonge vrouwen aan het werk te krijgen en opende de eerste universiteit. Vier jaar later werd Kapodistrias in Nafplion vermoord door zijn politieke rivalen.

Voor de invoering van de euro prijkte Kapodistrias op het bankbiljet van 500 drachme, tegenwoordig staat zijn hoofd op het Griekse muntstuk van 20 eurocent. Op Corfu is het vliegveld naar hem vernoemd.

Horloge van Dionysios Solomos

Op de veiling in Athene werd niet alleen de tabaksdoos van Kapodistrias verkocht. Er gingen diverse historische stukken en moderne schilderijen onder de hamer. Een horloge dat ooit eigendom was van de Griekse nationale dichter Dionysios Solomos ging voor 26.910 euro van de hand. Een werk van de schilder Yannis Tsarouchis werd voor 57.834 euro verkocht. De veiling leverde een totaalbedrag van 1.110.971 euro op.


De Griekse Onafhankelijkheidsoorlog van 1821

25 maart 1900

Enkele belangrijke figuren uit de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog

(klik op een afbeelding om de galerij te openen)

Op 25 maart 1821 verklaart Griekenland zich onafhankelijk van het Ottomaanse Rijk. De Metropoliet Germanos van Patras hijst op die dag de nieuwe Griekse vlag en zou daarbij Ελευθερία ή θάνατος (Vrijheid of de dood) hebben geroepen. Twee dagen eerder al was Kalamata als eerste stad, onder het bevel van de generaals Theodoros Kolokotronis, Petros Mavromichalis en Papaflessas in opstand gekomen.

Het is het begin van de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Ottomanen, die het land meer dan 400 jaar in hun greep houden. Na de val van het Byzantijnse Rijk in 1453 komen de Grieken onder het bewind van de Turken. Orthodoxe christenen krijgen weliswaar een aantal politieke rechten onder Ottomaanse heerschappij, maar ze worden als inferieure onderdanen beschouwd.

Een Griekse vrijheidsstrijder (kleft )

Als niet-moslim moeten ze hoge belastingen betalen, worden ze vernederd en gedwongen om moslim te worden. Ook moeten ze één op de vijf zoons afstaan om te dienen in het korps van de Janitsaren – de elitie-eenheid van het Ottomaanse leger. Tijdens de Ottomaanse periode zouden ongeveer één miljoen Griekse jongens zijn ingelijfd bij dit keurkorps.

123 opstanden

In de 18e eeuw wordt de situatie iets draaglijker en krijgen de Grieken wat meer priviliges. Zo kunnen er Grieken worden benoemd in bestuursfuncties en mogen ze een handelsvloot hebben (die vaak onder Russische vlag vaart). Om zich te kunnen wapenen tegen piraten, hebben de handelsschepen kanonnen aan boord, waardoor een sterke vloot ontstaat.

Het verzet tegen de overheersers blijft intussen onverminderd groot. Tijdens het Ottomaanse bewind komen de Grieken vele malen in opstand, voor het eerst in 1481. Voordat op 25 maart 1821 de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog begint, hebben ze al 123 keer eerder de wapens ter hand genomen. Veel boeren vluchten de bergen in als hun dorp wordt geplunderd door de Turken. In de onherbergzame gebieden zijn deze κλέφτες (letterlijk: “dieven” of “rovers”) actief als ondergrondse strijders voor de vrijheid.

Filiki Eteria

Op 14 september 1814 wordt de Filiki Eteria (Genootschap van Vrienden) opgericht. Het is een geheime Griekse organisatie die als doel heeft om de Ottomaanse overheersing omver te werpen en een onafhankelijke Griekse staat te vestigen. Leden zijn voornamelijk jonge Phanariotische Grieken uit Constantinopel en het Russische rijk en lokale politieke en militaire leiders van het Griekse vasteland en de eilanden. Hun motto luidt: Ελευθερία ή θάνατος, vrijheid of de dood. In het voorjaar van 1821 achten zij de tijd rijp voor een revolutie en de Peloponnesos zou het hart van de opstand worden.

Het embleem van Filiki Eteria

Het nieuws van de Griekse revolutie wordt met ontzetting begroet door de conservatieve leiders van Europa, maar veel gewone burgers zijn enthousiast. Filhellenen uit heel Europa kiezen openlijk de kant van de Grieken, waaronder de dichters Lord Byron en Percy Shelley, schrijver Victor Hugo en kunstschilder Eugene Delacroix.

Genootschappen van filhellenen sturen geld, wapens en vrijwilligers om de Grieken te steunen. Lord Byron meldt  zich in 1824 als vrijwilliger in het belegerde Messolóngi, waar hij drie maanden later aan de malaria bezwijkt.

Het nieuws van de Griekse revolutie wordt met ontzetting begroet door de conservatieve leiders van Europa, maar veel gewone burgers zijn enthousiast. Filhellenen uit heel Europa kiezen openlijk de kant van de Grieken, waaronder de dichters Lord Byron en Percy Shelley, schrijver Victor Hugo en kunstschilder Eugene Delacroix. Genootschappen van filhellenen sturen geld, wapens en vrijwilligers om de Grieken te steunen.

Bloedbad van Chios

De Ottomanen zijn niet opgewassen tegen de Griekse opstanden en ze roepen de hulp in van Egypte. De Ottomaanse vloot, onder leiding van Kara Ali, grijpt in met meedogenloze wreedheid. Op het eiland Chios worden in 1822 25.000 mensen vermoord en 45.000 anderen (voornamelijk vrouwen en kinderen) als slaaf verkocht. De Grieken, onder leiding van admiraal Konstantinos Kanaris, blazen als wraakactie het schip van Kara Ali op.

Schilderij ‘Het bloedbad op Chios’ van Eugene Delacroix (1824)

De Ottomanen veroveren de Peloponnesos, net als Midden-Griekenland. In 1826 vallen ook Athene en de sterke vesting Messolongion in handen van Ibrahim Pasja, de veldheer van Mehmed Ali van Egypte. De Griekse opstand lijkt gesmoord. Maar in 1827 keren de kansen voor de Grieken als Rusland, Frankrijk en Engeland te hulp schieten. Samen brengen ze de Turks-Egyptische vloot een nederlaag toe in de Zeeslag bij Navarino. De Turken worden verdreven van de Peloponnesos en uit Midden-Griekenland.

Ioannis Kapodistrias

Dit bevrijde gebied wordt in 1828 een republiek onder Ioannis Kapodistrias, die tot eind 1829 de eerste gouverneur van het onafhankelijke Griekenland is. Uiteindelijk wordt na moeizame onderhandelingen de onafhankelijkheid van Griekenland in 1832 door het Congres van Londen officieel erkend.