President legt krans voor 47e verjaardag herstel Griekse democratie

24 juli 2021

President Katerina Sakellaropoulou heeft vandaag een krans gelegd om de de 47e verjaardag van het herstel van de democratie in Griekenland te herdenken.

Ze deed dat tijdens een ceremonie in Eleftherias Park, in het voormalige detentiecentrum van EAT-ESA in het centrum van Athene. Sakellaropoulou legde een krans bij de buste van Spyros Moustaklis, een legerofficier die werd vervolgd en gemarteld vanwege zijn actieve verzet tegen de junta.

Op 24 juli 1974 – ruim zeven jaar nadat kolonels de macht hadden gegrepen – werd de democratie in Griekenland hersteld. Deze mijlpaal in de moderne Griekse geschiedenis wordt ieder jaar herdacht.

Later vandaag is er in de tuin van de presidentiële residentie de traditionele receptie. Sakellaropoulou ontvangt daar onder anderen politici en vertegenwoordigers van de Griekse verzetsbeweging, de kunstwereld, gezondheidszorg en de strijdkrachten.

Speciale genodigden zijn Magda Fyssas (de moeder van rapper Pavlos Fyssas die in 2013 werd vermoord door een lid van de extreemrechtse partij Gouden Dageraad), Stavroula Axarlian (de moeder van Thanos Axarlian die in 1992 werd vermoord door de terroristische groepering 17 november) en Sofia Bekatorou (de Olympisch zeilkampioene die in 2020 naar buiten bracht dat ze in 1998 seksueel misbruikt was door een Griekse official).

Staatsgreep

Het logo van de junta

In de nacht van 20 op 21 april 1967 pleegde een groep rechtse legerofficieren onder leiding van brigadegeneraal Stylianos Pattakos en de kolonels George Papadopoulos en Nikolaos Makarezos een staatsgreep in Griekenland. Toen de ochtend aanbrak was Griekenland in handen van de militairen en zaten alle vooraanstaande politici, inclusief premier Panagiotis Kanellopoulos, vast.

De grootste bondgenoot van de Griekse junta waren de Verenigde Staten (die ook wapens leverden aan het kolonelsregime) die het rechtse regime prefereerden boven een linkse regering. In mei 1967 stonden namelijk verkiezingen gepland in Griekenland en het had er alle schijn van dat de centrumlinkse partij van voormalig premier Georgios Papandreou als winnaar uit de bus zou komen.

De junta voerde een zwaar repressief regime: de persvrijheid werd afgeschaft, van communisten werd het staatsburgerschap afgenomen en er werd een avondklok ingesteld. Mensen met linkse sympathieën of kritiek op het regime verdwenen achter tralies of werden naar strafkampen op de eilanden gestuurd. Ook theater, muziek en andere culturele uitingen kwamen op een zwarte lijst te staan.

De val van de junta

De studentenopstand van 17 november 1973 geldt als het hoogtepunt van het verzet tegen het kolonelsregime. De opstand op de Polytechnische Universiteit in Athene werd met grof geweld neergeslagen toen het leger met tanks het gebouw bestormde. Volgens officiële cijfers zijn bij deze actie van het leger 24 mensen omgekomen, maar het werkelijke aantal doden ligt vermoedelijk hoger.

Na de studentenopstand deed Dimitrios Ioannidis, een van de juntaleiders, een greep naar de macht. In 1974 organiseerde Ioannidis een staatsgreep op Cyprus. Het kolonelsregime was een aanhanger van het zogenaamde Enosis-gedachte, het streven naar de aansluiting van Cyprus bij ‘moederland’ Griekenland”. Deze coup zou de aanleiding worden voor de Turkse invasie op het eiland – en uiteindelijk ook de val van de Griekse militaire dictatuur inleidde.

‘Metapolitefsi’

Op 23 juli 1974 gaf Ioannidis zijn macht op. Een dag later arriveerde de doorgewinterde politicus Konstantinos Karamanlis, die tijdens de junta in een zelfgekozen ballingschap in Parijs verbleef, in Griekenland en hij vormde onmiddellijk een regering van nationale eenheid. Daarmee begon in Griekenland het proces van overgang van een militair bewind naar een pluralistische democratie.

Konstantinos Karamanlis spreekt het volk toe

Deze overgangsperiode (bekend als de ‘Metapolitefsi’) leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Derde Helleense Republiek – het huidige Griekenland.

Bij de parlementsverkiezingen op 17 november 1974 behaalde Karamanlis met zijn nieuw gevormde conservatieve partij Nea Dimokratia 54,4 procent van de stemmen en werd hij verkozen tot premier.


Grieks parlement herdenkt slachtoffers Mati-brand

23 juli 2021

Het Griekse parlement heeft vandaag bij de opening van de plenaire vergadering een minuut stilte gehouden ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de verwoestende bosbrand in Mati, vandaag drie jaar geleden.

Op 23 juli 2018 woedde rond de badplaats Mati – zo’n 30 kilometer ten oosten van Athene – een grote bosbrand die uiteindelijk aan 102 mensen het leven kostte. Tientallen huizen en grote stukken bos werden door het vuur verwoest.

De brand in Mati is de op één na dodelijkste natuurbrand van deze eeuw, na de bosbranden in Australië in 2009 waarbij 173 mensen omkwamen.

Na de bosbranden diende toenmalig minister van Burgerbescherming Nikos Toskas zijn ontslag in. Ook het hoofd van de Griekse civiele beschermingsdienst en de chefs van de brandweer en politie moesten opstappen in de nasleep van de ramp.

Uit verschillende rapporten bleek naderhand dat er bij de aanpak van de brand door de overheid grove fouten zijn gemaakt. Diverse nabestaanden spanden een rechtszaak aan tegen de autoriteiten.

In maart 2019 werd bekend dat het Griekse openbaar ministerie 20 mensen heeft aangeklaagd in verband met de bosbranden bij Mati. De aanklachten omvatten doodslag, het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door nalatigheid en brandstichting door nalatigheid.

Mati vóór en na de branden:


19 mei: Herdenking Pontische genocide

19 mei 2021

Ieder jaar staat Griekenland op 19 mei stil bij de Pontische genocide: een etnische zuivering in het Ottomaanse Rijk waarbij zeker 350.000 Pontische Grieken tussen 1914 en 1922 werden gedood. Op deze dag dragen de Evzones, het keurkorps van ceremoniële wachters van de Griekse president, het traditionele zwarte Pontische uniform als eerbetoon.

Pontiërs zijn Grieken die zich in de 8e eeuw voor Christus vestigden in het gebied rond de Zwarte Zee, het uiterste noorden van het huidige Turkije. Ze noemden de streek Pontus, wat ‘zee’ betekent in het Oudgrieks. In de eeuwen daarna werden ook Pontische gemeenschappen gevestigd in Georgië, Rusland, Oekraïne en Kazachstan. Ze zijn christelijk en spreken dezelfde taal: het Pontisch, dat erg lijkt op Oudgrieks.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het Ottomaanse Rijk een bondgenoot van Duitsland waardoor het in oorlog raakte met Rusland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De Grieken stonden aan de kant van de geallieerden. In 1914 werden de eerste Pontische Grieken opgepakt, vermoord of naar concentratiekampen gebracht door het Turkse leger. Naar schatting zijn 350.000 – 1.000.000 Pontiërs omgekomen in de periode tussen 1914 en 1922.

In 1994 werd in Griekenland een wet aangenomen die de moord op Pontische Grieken als genocide erkent. Behalve Griekenland hebben slechts twee andere landen (Cyprus en Zweden) de Pontische genocide erkend. Turkije ontkent de genocide formeel en verzet zich tegen internationale erkenning ervan. In Turkije is 19 mei zelfs een nationale feestdag, waarbij de Turken de ‘verdrijving van de vijand’ vieren en Atatürk eren.

Boodschap op Grieks parlement

Op het gebouw van het Griekse Parlement werd vandaag een speciale boodschap geprojecteerd ter nagedachtenis aan de Pontische genocide en tijdens de plenaire vergadering werd een minuut stilte in acht genomen.

“We moeten ons verzetten tegen achteloosheid die past bij degenen die misdaden hebben gepleegd en die nu de geschiedenis proberen te verdraaien’, zei vice-premier Panagiotis Pikramenos tijdens de bijeenkomst. Hij benadrukte dat de Pontische genocide een mondiale kwestie is, net als de Holocaust en de Armeense Genocide.

Fofi Gennimata, leider van de oppositiepartij KINAL, liet op social media weten te streven naar internationale erkenning van de Pontische genocide.

“De internationalisering van de kwestie is vandaag actueler dan ooit, na de erkenning van de Armeense genocide door de Amerikaanse president Joe Biden. We zullen niet stoppen totdat de historische waarheid is hersteld en Turkije zijn misdaden erkent en om vergeving vraagt ​​van de volkeren die hebben geleden”, schrijft ze.


Grigoropoulos-herdenking verloopt onrustig

6 december 2020

De politie heeft vandaag in het centrum van Athene 110 mensen gearresteerd die de moord op de 15-jarige Alexandros Grigoropoulos wilden herdenken. Ondanks een samenscholingsverbod gingen mensen toch de straat op.

In de wijk Exarcheia, waar de tiener in 2008 werd doodgeschoten door een politieagent, werden 60 mensen gearresteerd wegens het overtreden van het verbod op samenkomsten. Onder de arrestanten waren ook twee advocaten en de voorzitter van de anti-racistische organisatie KEEFRA.

Vanwege de coronapandemie had de Griekse regering een samenscholingsverbod uitgevaardigd; er mochten niet meer dan 4 mensen samen zijn op straat. Ook werden verschillende metrostations afgesloten uit veiligheidsoverwegingen. De herdenking loopt vrijwel ieder jaar uit op rellen tussen demonstranten en de oproerpolitie.

In het centrum van Athene en Exarcheia waren vandaag zeker 4000 agenten op de been. Eerder op de ochtend had de oproerpolitie al flatgebouwen in Exarcheia ‘schoongeveegd’ om mogelijke demonstranten te verwijderen. In zeker één gebouw zouden flitsgranaten naar binnen zijn gegooid door de ME.

Volgens CNN Greece werd de plaats van de moord grondig afgeschermd – zelfs journalisten en fotografen werden niet toegelaten. Een bos bloemen die door een vrouw was achtergelaten, werd door de politie verwijderd en vernield. Twee Duitsers die bloemen wilden neerleggen bij de herdenkingssteen voor Grigoropoulos werden opgepakt.

6 december 2008

De 15-jarige Alexis Grigoropoulos
(in 2008)

Op 6 december 2008 werd de 15-jarige Alexandros Grigoropoulos op de kruising van de straten Tzavela en Mesologgiou in Exarcheia zonder duidelijke reden neergeschoten door een agent. De jongen werd in zijn hart geraakt en was op slag dood. De politieman zei later dat hij niet op de jongen had gemikt, maar dat de tiener was gedood door een afgeketste kogel van een waarschuwingsschot. Getuigen zeiden dat de agent wel degelijk gericht had geschoten op Alexandros.

Na de dood van Grigoropoulos braken er in heel Griekenland zware rellen uit die ruim twee weken duurden.

Epaminondas Korkoneas, de agent die de tiener doodschoot, heeft in juli 2019 in hoger beroep een lagere straf gekregen. Hij was eerder veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, maar die straf werd verlaagd naar 13 jaar cel voor opzettelijke doodslag. Korkoneas is inmiddels weer op vrije voeten omdat hij – inclusief voorarrest – al 11 jaar van zijn straf heeft uitgezeten.


Moord op Pavlos Fyssas herdacht

18 september 2020

Op de zevende sterfdag van de linkse muzikant Pavlos Fyssas heeft zijn familie een verklaring gepubliceerd waarin het publiek wordt opgeroepen op te komen voor de veroordeling van de extreemrechtse Gouden Dageraad.

“We verwachten dat op 7 oktober 2020 mensen de straten bij het Gerechtshof overspoelen en roepen dat Gouden Dageraad niet onschuldig is”, schrijft de familie Fyssas.

Fyssas werd in de nacht van 17 op 18 september doodgestoken door een aanhanger van de extreemrechtse partij. De moord op de rapper en activist leidde tot een grootschalig strafrechtelijk onderzoek naar de activiteiten van Gouden Dageraad.

Het megaproces waar 69 leden van de partij (waaronder de partijtop en parlementariërs) terechtstonden, begon in april 2015 en werd onlangs afgerond. De moeder van de vermoorde muzikant was bij elke zittingsdag aanwezig.

De partijleden worden beschuldigd van lidmaatschap van een criminele organisatie, verboden wapenbezit en mishandeling van immigranten en linkse tegenstanders. Volgende maand doet de rechtbank uitspraak in de zaak.

Herdenkingsmars

Vanmiddag werd in Keratsini een protestmars gehouden om de sterfdag van Fyssas te herdenken. Honderden mensen, met familieleden en vrienden van de muzikant voorop, liepen naar het centrum van Pireaus. Eerder op de dag kwamen linkse en antifascistische groepen bijeen bij het monument dat voor Fyssas werd opgericht op de plek waar hij werd vermoord.

Ook op andere plaatsen in Griekenland, waaronder Kalamata, Thessaloniki en Athene, gingen mensen de straat op om de moord op de activist en muzikant te herdenken en te protesteren tegen nazisme, fascisme en racisme.

De moord op Fyssas

De 34-jarige Pavlos Fyssas, die sinds 1997 actief was in de Griekse hiphop-scene onder de naam Killah P, werd in de nacht van 17 september 2013 in Keratsini (een buitenwijk van Piraeus) doodgestoken. Samen met drie vrienden werd Fyssas bij een café belaagd door een groep van 50 mannen. In eerste instantie lukte het om te ontsnappen aan hun aanvallers, maar op straat blokkeerde een auto hun weg. De bestuurder stapte uit en stak de muzikant in zijn hart.

Giorgios Roupakias, die de moord op Fyssas heeft bekend, is in maart 2016 vrijgelaten uit voorlopige hechtenis omdat de wettelijke termijn van zijn voorarrest verliep. Sindsdien staat hij onder huisarrest, Op de plek van de moord is in 2014 een monument onthuld ter nagedachtenis aan Fyssas. In 2015 werd in Piraeus een straat vernoemd naar de muzikant. Ieder jaar wordt de dood van Fyssas herdacht.


President herdenkt herstelling Griekse democratie

24 juli 2020

President Katerina Sakellaropoulou heeft vandaag de 46e verjaardag van de herstelling van de democratie in Griekenland herdacht.

Ze deed dat door een krans te leggen in het voormalige detentiecentrum van een ondervragingseenheid van de militaire politie (EAT/ESA) dat werd gebruikt tijdens de junta.

Op 24 juli 1974 – ruim zeven jaar nadat kolonels de macht hadden gegrepen – werd de democratie in Griekenland hersteld. Deze mijlpaal in de moderne Griekse geschiedenis wordt ieder jaar herdacht.

‘Gevochten voor democratie en vrijheid’

“Vandaag is een dag van eer en herdenking voor al degenen die vochten, werden gemarteld en verbannen, zodat wij van de voordelen van democratie kunnen genieten”, aldus de president. “Zij vochten voor democratie, voor vrijheid, voor mensenrechten. En we moeten ze niet alleen eren, maar ook deze herinnering levend houden, zodat we dergelijke momenten nooit meer beleven”, benadrukte ze.

Na de kranslegging bij de buste van Spyros Moustaklis, een legerofficier die werd vervolgd en gemarteld vanwege zijn actieve verzet tegen de junta. werd Sakellaropoulou rondgeleid door het Museum van het Anti-dictatuur Democratisch Verzet.

Staatsgreep 1967

In de nacht van 20 op 21 april 1967 pleegde een groep rechtse legerofficieren onder leiding van brigadegeneraal Stylianos Pattakos en de kolonels George Papadopoulos en Nikolaos Makarezos een staatsgreep.

De junta voerde een zwaar repressief regime: de persvrijheid werd afgeschaft, van communisten werd het staatsburgerschap afgenomen en er werd een avondklok ingesteld. Mensen met linkse sympathieën of kritiek op het regime verdwenen achter tralies of werden naar strafkampen op de eilanden gestuurd. Ook theater, muziek en andere culturele uitingen kwamen op een zwarte lijst te staan.

De studentenopstand van 17 november 1973 geldt als het hoogtepunt van het verzet tegen het kolonelsregime. Na de studentenopstand deed Dimitrios Ioannidis, een van de juntaleiders, een greep naar de macht. In 1974 organiseerde hij een staatsgreep op Cyprus.

Het kolonelsregime was een aanhanger van het zogenaamde Enosis-gedachte, het streven naar de aansluiting van Cyprus bij ‘moederland’ Griekenland”. Deze coup zou de aanleiding worden voor de Turkse invasie op het eiland – en uiteindelijk ook de val van de Griekse militaire dictatuur inleidde.

‘Metapolitefsi’

Op 23 juli 1974 gaf Ioannidis zijn macht op. Een dag later arriveerde de doorgewinterde politicus Konstantinos Karamanlis, die tijdens de junta in een zelfgekozen ballingschap in Parijs verbleef, in Griekenland en hij vormde onmiddellijk een regering van nationale eenheid. Daarmee begon in Griekenland het proces van overgang van een militair bewind naar een pluralistische democratie.

Deze overgangsperiode (bekend als de ‘Metapolitefsi’) leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Derde Helleense Republiek – het huidige Griekenland.


19 mei: Herdenking Pontische genocide

19 mei 2020

Video: wisseling van de wacht op 19 mei 2018

Ieder jaar staat Griekenland op 19 mei stil bij de Pontische genocide: een etnische zuivering in het Ottomaanse Rijk waarbij zeker 350.000 Pontische Grieken tussen 1914 en 1922 werden gedood. Op deze dag dragen de Evzones, het keurkorps van ceremoniële wachters van de Griekse president, het traditionele zwarte Pontische uniform als eerbetoon.

Pontiërs zijn Grieken die zich in de 8e eeuw voor Christus vestigden in het gebied rond de Zwarte Zee, het uiterste noorden van het huidige Turkije. Ze noemden de streek Pontus, wat ‘zee’ betekent in het Oudgrieks. In de eeuwen daarna werden ook Pontische gemeenschappen gevestigd in Georgië, Rusland, Oekraïne en Kazachstan. Ze zijn christelijk en spreken dezelfde taal: het Pontisch, dat erg lijkt op Oudgrieks.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het Ottomaanse Rijk een bondgenoot van Duitsland waardoor het in oorlog raakte met Rusland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De Grieken stonden aan de kant van de geallieerden. In 1914 werden de eerste Pontische Grieken opgepakt, vermoord of naar concentratiekampen gebracht door het Turkse leger. Naar schatting zijn 350.000 – 1.000.000 Pontiërs omgekomen in de periode tussen 1914 en 1922.

In 1994 werd in Griekenland een wet aangenomen die de moord op Pontische Grieken als genocide erkent. Behalve Griekenland hebben slechts twee andere landen (Cyprus en Zweden) de Pontische genocide erkend. Turkije ontkent de genocide formeel en verzet zich tegen internationale erkenning ervan. In Turkije is 19 mei zelfs een nationale feestdag, waarbij de Turken de ‘verdrijving van de vijand’ vieren en Atatürk eren.

Boodschap Griekse president

De Griekse president Katerina Sakellaropoulou zei vandaag dat de internationale gemeenschap de plicht heeft om gruwelijke daden, zoals de systematische uitroeiing van onschuldige burgers, aan het licht te brengen en te veroordelen. “Niet alleen om de herinnering aan de slachtoffers levend te houden, maar ook om soortgelijke misdaden tegen de menselijkheid in de toekomst te voorkomen”, betoogde ze.

 


Mitsotakis aanwezig bij Auschwitz-herdenking

27 januari 2020

[klik op een afbeelding voor een vergroting]

De Griekse premier Kyriakos Mitsotakis heeft vandaag in Auschwitz een eerbetoon gebracht aan de slachtoffers van de Holocaust. “Ik ben hier ter nagedachtenis aan de zes miljoen joden die zijn uitgeroeid door het nazi-regime. Onder hen waren 65.000 Griekse joden die nooit zijn teruggekeerd naar hun thuisland”, zei de premier.

“Ik kom naar deze plek met grote emotie, een plek die als geen ander wordt geïdentificeerd met barbarij. Als er inderdaad een hel bestaat, dan is die hier”, aldus Mitsotakis tegen persbureau AMNA. “We mogen nooit vergeten wat hier is gebeurd. En laten we nooit vergeten dat haat, discriminatie en intolerantie geen plaats hebben in onze democratie.”

Mitsotakis en zijn echtgenote Mareva Grabowski-Mitsotaki werden rondgeleid in het kamp en bezochten de gebieden waar de gevangenen werden vastgehouden, evenals de gaskamers. Ze luisterden naar verhalen over Griekse joden en politieke gevangenen die in het kamp werden vermoord en verhalen van overlevenden.

Ook bekeken ze voorwerpen van gevangenen, waaronder een ooggetuigenverslag dat in 1944 werd geschreven door de toen 27-jarige Griekse jood Marcel Nadjari uit Thessaloniki. Het manuscript van 13 velletjes werd pas vele jaren later ontdekt in een thermosfles die was begraven in het kamp.

De boodschap van de Griekse premier in het gastenboek was als volgt: ‘Ter nagedachtenis aan allen die hun leven verloren op deze gruwelijke plek. Hun herinnering leeft altijd voort om ons eraan te herinneren waartoe haat en discriminatie kunnen leiden – een speciaal eerbetoon aan de 55.000 Griekse joden die hier zijn omgekomen. Hun verhaal zal nooit worden vergeten.’

75 jaar bevrijd

Het is vandaag 75 jaar geleden dat Auschwitz werd bevrijd door het Russische leger. Wereldleiders, slachtoffers en nabestaanden komen vandaag samen om de verschrikkingen van het kamp te herdenken.

Het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz is nog steeds hét symbool voor de gruweldaden van de nazi’s. In 2005 werd 27 januari door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust.


Onderzoek naar politiegeweld bij Grigoropoulos-herdenking

7 december 2019

De Griekse ombudsman gaat een onderzoek instellen naar meldingen van excessief poltiegeweld tijdens de herdenking van de moord op Alexandros Grigoropoulos.

Op social media zijn sinds gisteravond talloze beelden van burgers en persfotografen verschenen waarop te zien is dat agenten hardhandig optreden tegen demonstranten in de Atheense wijk Exarcheia. Het geweld en de vernederingen veroorzaakten veel beroering onder social media-gebruikers, die Griekenland onder meer een ‘politiestaat’ noemden.

Met name de foto van een jonge man die door agenten van de oproerpolitie wordt uitgekleed en vernederd als hij wordt opgepakt, veroorzaakte veel commotie. Terwijl agenten zijn handen vasthouden, doet een andere agent de broek van de jongen naar beneden en trekt aan zijn ondergoed waarna hij halfnaakt wordt meegenomen naar het politiebureau.

Bij een ander incident trekken agenten van de oproerpolitie de kleren van een jonge vrouw omhoog tot haar nek. Ook zijn er videobeelden van een derde incident waarbij de politie een jonge vrouw arresteert, die schreeuwt dat ze niets heeft te maken met de rellen.

De Griekse politie heeft het beeldmateriaal overgedragen aan de ombudsman met het verzoek om een onderzoek in te stellen naar de incidenten. Ook wordt ooggetuigen, burgers die in het bezit zijn van relevant beeldmateriaal en mensen die eerder slachtoffer zijn geworden van excessief politiegeweld verzocht zich te melden bij de ombudsman.

Duizenden mensen gingen gisteren de straat op om de dood van de 15-jarige Alexandros te herdenken. De jongen werd op 6 december 2008 in de wijk Exarcheia doodgeschoten door een politieagent. De dader is inmiddels weer op vrije voeten.


Tien arrestaties bij Grigoropoulos-herdenking

6 december 2019

In Athene zijn enkele duizenden mensen de straat opgegaan om de dood van Alexandros Grigoropoulos te herdenken. De toen 15-jarige jongen werd op 6 december 2008 in de wijk Exarcheia doodgeschoten door een politieagent. Ieder jaar lopen mensen in een protestmars door het centum van de Griekse hoofdstad.

De mars was georganiseerd door linkse organisaties en anti-establishmentgroepen. In een gezamenlijke verklaring riepen ze de Grieken op om te protesteren tegen ‘een beleid dat ons leven en onze vrijheden vernietigt’.

Volgens de politie liepen er dit jaar ongeveer 5000 mensen mee in de avondmars. In de middag waren ongeveer 2000 mensen aanwezig bij een bijeenkomst die was georganiseerd door studentenorganisaties. Middelbare scholieren en universitaire studenten liepen van Panepistimiou Street naar het parlement.

Na afloop van de avondmars kwam het tot ongeregeldheden in de wijk Exarcheia. Groepen jongeren gooiden benzinebommen naar agenten van de oproerpolitie en op het Exarcheia-plein bekogelden ze agenten met stenen. In de wijk waren honderden agenten op de been, ook werden er twee waterkanonnen ingezet. Tien mensen werden opgepakt.

Eerder op de avond gooiden enkele jongeren benzinebommen naar het hoofdkantoor van PASOK op de hoek van de straten Navarinou en Harilaou Trikoupi. De politie reageerde met traangas.

Ook in Thessaloniki, Volos, Patras en enkele andere steden gingen mensen vandaag de straat op om de dood van Grigoropoulos te herdenken en te protesteren tegen politiegeweld. In Patras raakten na de mars – waaraan zo’n 400 mensen deelnamen – demonstranten slaags met de politie. Een agent raakte gewond, vier mensen zijn aangehouden.

6 december 2008

De 15-jarige Alexis Grigoropoulos

(in 2008)

Op 6 december 2008 werd de 15-jarige Alexandros Grigoropoulos op de kruising van de straten Tzavela en Mesologgiou in Exarcheia zonder duidelijke reden neergeschoten door een agent. De jongen werd in zijn hart geraakt en was op slag dood. De politieman zei later dat hij niet op de jongen had gemikt, maar dat de tiener was gedood door een afgeketste kogel van een waarschuwingsschot. Getuigen zeiden dat de agent wel degelijk gericht had geschoten op Alexandros.

Na de dood van Grigoropoulos braken er in heel Griekenland zware rellen uit die ruim twee weken duurden.

Epaminondas Korkoneas, de agent die de tiener doodschoot, heeft in juli van dit jaar in hoger beroep een lagere straf gekregen. Hij was eerder veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, maar die straf werd verlaagd naar 13 jaar cel voor opzettelijke doodslag. Korkoneas is inmiddels weer op vrije voeten omdat hij – inclusief voorarrest – al 11 jaar van zijn straf heeft uitgezeten.