Dijsselbloem was geen voorstander van Grexit

12 januari 2018

Scheidend Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem zou nooit goedkeuring hebben gegeven aan een Grexit. In een afscheidsinterview met de Britse krant Financial Times noemt hij een Grieks vertrek uit de eurozone ‘echt schadelijk’ en een ‘grote fout’.

Volgens Dijsselbloem is het een verkeerd beeld dat Duitsland de grootste voorstander was van een Grexit. Het waren juist landen uit Centraal- en Zuidoost-Europa met een lager welvaartsniveau dan Griekenland die de Grieken liever zagen vertrekken. “Achter de brede rug van Duitsland stonden enkele landen die simpelweg zeiden: we zijn er klaar mee. We hebben er geen vertrouwen meer in en we willen niet meer met de Griekse overheid praten. We willen het hebben over een plan B”, zegt Dijsselbloem in het interview.

In 2015 was een dreigende Grexit een terugkerend thema dat politieke spanningen tussen Griekenland en de Eurozone veroorzaakte. Vooral het optreden van toenmalig minister van Financiën Yanis Varoufakis zorgde voor wrevel bij Dijsselbloem en zijn collega’s.

Sinds het vertrek van Varoufakis in juli 2015 is de relatie tussen Griekenland en de andere eurolanden verbeterd, aldus Dijsselbloem in de Financial Times. “Premier Alexis Tsipras en de nieuwe minister Euclides Tsakalotos hebben de relatie met de Europese partners volledig veranderd. Bijna alles is eenvoudiger. Het is een heel andere situatie.”

Dijsselbloem geeft in het interview ook toe dat sommige maatregelen die Athene moest doorvoeren ‘extreem’ waren. Volgens de politicus ligt de focus van de gesprekken nu op hervormingen in plaats van bezuinigingen.

Dijsselbloem was van 2013 tot 2018 voorzitter van de Eurogroep. Hij draagt die functie vandaag over aan de Portugees Mário Centeno.

Advertenties

Rekenkamer bekritiseert aanpak Griekse crisis

16 november 2017

De steunprogramma’s die sinds 2010 werden toegekend hebben slechts in beperkte mate bijgedragen aan het herstel van Griekenland. Deze conclusie trekt de Europese Rekenkamer in een kritisch rapport over de financiële crisis in Griekenland.

Na bijna drie programma’s (het derde loopt in augustus 2018 af) is de economie met meer dan een kwart gekrompen zonder dat Griekenland weer tot groei is gekomen, de staatsschuld is gestegen en de banken hebben nog altijd een beperkt vermogen om de reële economie te financieren.

“Het vermogen van Griekenland om zichzelf volledig te financieren op de markten blijft een uitdaging”, schrijft de Europese Rekenkamer in het rapport, zich toespitst op de rol die de Europese Commissie speelde bij de reddingsoperaties.

Geen ervaring

Volgens de Rekenkamer had de Europese Commissie geen ervaring met het beheer van het proces. Zo gaf ze bijvoorbeeld onvoldoende onderbouwing voor enkele belangrijke maatregelen, zoals de verhogingen van de btw en accijnzen.

“Op alle beleidsterreinen liep een aantal belangrijke hervormingen aanzienlijke vertragingen op in de uitvoering of was deze niet doeltreffend”, schrijft de Rekenkamer.  “Van de in totaal 45 miljard euro die in het bankwezen werd gepompt, kan mogelijk slechts een klein deel worden teruggewonnen.”

Ook is er kritiek op de informele samenwerking met de andere instellingen (het IMF, de Europese Centrale Bank ECB en het Europese noodfonds ESM) die daardoor niet transparant is. De ECB weigerde mee te werken aan een onderzoek van de EU-controleurs naar de rol van de bank, omdat de Rekenkamer volgens de ECB niet bevoegd is.

386 miljard euro

Dat Griekenland nu nog steeds niet zonder steun kan, duidt er volgens de Rekenkamer op dat de eerste steunprogramma’s (van ruim 282 miljard euro) niet volstonden. Pas bij het derde steunpakket ging het iets beter.

Sinds 2010 heeft de EU in totaal zo’n 386 miljard euro aan leningen beschikbaar gesteld aan Griekenland. De steun moest het land overeind houden en voorkomen dat de rest van de eurozone zou worden ‘besmet’. In 2018 moet Griekenland weer op eigen benen kunnen staan en tegen normale tarieven op de financiële markten kunnen lenen.


Griekse notarissen werken niet mee aan huizenveilingen

10 november 2017

Griekse notarissen weigeren voorlopig mee te werken aan de gedwongen veilingen van huizen. Ze staken omdat ze worden bedreigd door actievoerders die de veilingen willen tegenhouden.

Iedere woensdag worden woningen waarvan de eigenaren de hypotheek niet meer kunnen betalen door de bank verkocht. Activisten vinden de gedwongen huisuitzettingen asociaal vanwege de economische crisis. Daarom proberen ze dit zoveel mogelijk te voorkomen door de rechtbanken te bezetten en potentiële kopers tegen te houden.

De notarissen, die verplicht aanwezig moeten zijn bij de veilingen, voelen zich door de protesten niet meer veilig in de rechtbank. Ze worden bedreigd en bij sommige notariskantoren zijn zelfs vernielingen aangericht door leden van de anarchistische groep Rouvikonas (Rubicon). Een verzoek om betere bescherming heeft nog niets opgeleverd en daarom werken de notarissen in ieder geval de komende twee maanden niet meer mee aan de veilingen.

Begin 2016 zijn de regels om mensen met een hypotheekachterstand uit hun huis te kunnen zetten versoepeld. Bijna de helft van de hypotheken (in totaal ongeveer honderd miljard euro) wordt niet of niet op tijd afgelost. Dat percentage ligt in geen ander EU-land zo hoog.

De oninbare hypotheken zijn slecht voor het herstel van de Griekse economie. De huizenveilingen zijn daarom een van de topprioriteiten van de internationale geldschieters. Aan het einde van 2018 moeten de gedwongen verkopen minstens 11 miljard euro in het laatje hebben gebracht.

Op 29 november moet de eerste elektronische veiling worden gehouden, dit was een voorwaarde voor de uitbetaling van een nieuwe tranche uit het derde steunpakket voor Griekenland. In september werd de Griekse overheidssite voor executieverkopen van huizen gehackt door Anonymous, een internationaal ‘hackstivisten’-collectief.


“Mijn salaris is net genoeg om eten te kopen”

5 november 2017

Door de economische crisis en de talloze bezuinigingen is in Griekenland een nieuwe klasse onstaan: de werkende armen.

Een derde van de werknemers in de private sector (meer dan een half miljoen mensen) verdient nu zo weinig dat ze er amper van kunnen leven. Ze verdienen minder dan 376 euro per maand: minder dan 60 procent van het gemiddelde loon.

Bijna negen procent van de werknemers moet zelfs genoegen nemen met minder dan 200 euro per maand. Het risico om met een vaste baan in de armoede te belanden, is in de EU nergens zo groot als in Griekenland, schrijft het Duitse tijdschrift Der Spiegel.

De meesten van deze ‘werkende armen’ zijn jong, getalenteerd en hebben een universitair diploma op zak. Maar ze ploeteren in onderbetaalde banen waarmee ze nauwelijks kunnen rondkomen. Der Spiegel portretteerde een aantal van deze jongeren.

240 euro netto per maand

De 24-jarige Stelina Antoniou studeerde Griekse taal- en letterkunde, maar staat achter de bar in het Koninklijk Theater in Thessaloniki. Daar werkt ze drie dagen per week, vaak met diensten van 12 uur, voor 240 euro netto per maand.

“Ik hoef er tenminste niet aan te denken hoe ik het geld dat ik verdien, zal uitgeven – het is net genoeg om eten op tafel te krijgen”, zegt ze. Antoniou deelt een flat met een vriendin die ongeveer hetzelfde maandsalaris heeft. “We betalen de rekeningen als we nog geld over hebben, de verwarmingskosten zijn onze prioriteit.”

Drievoudig bestolen

De 27-jarige Giorgos Georgiades is leraar Engels in de privésector. Hij woont samen met zijn zus die les geeft op een openbare school. Vaak redden ze het niet tot het einde van de maand met hun geld.

Georgiades werkt 25 uur per week, maar krijgt slechts 15 uur uitbetaald. “Ik verdien 500 euro netto per maand, maar in feite is het slechts 375 euro per maand.” Zijn werkgever bespaart zo op de kosten voor de sociale zekerheid en hoeft Georgiades niet als fulltime werknemer te behandelen.

“Ik heb het gevoel dat ik drie keer word bestolen: ik ben niet volledig verzekerd, ik krijg geen geld voor overwerk of vakantie en ik krijg zelfs geen volledige werkloosheidsuitkering als ik mijn baan verlies”, zegt Georgiades tegen Der Spiegel.


Schäuble: ‘Athene zelf verantwoordelijk voor problemen’

25 oktober 2017

Griekenland moet ophouden met anderen de schuld te geven van zijn financiële problemen. Athene moet zich houden aan de hervormingsagenda en niet vertrouwen op schuldverlichting. Dat zei Wolfgang Schäuble in een interview met Skai TV.

De 75-jarige Duitse scheidend minister van Financiën is een fervent voorstander van de zware bezuingingsmaatregelen die aan Griekenland zijn opgelegd in ruil voor noodleningen. Het zorgde ervoor dat Schäuble gehaat wordt door een groot deel van de Grieken.

In een afscheidsinterview met Skai herhaalde Schäuble – die voorzitter van de Bondsdag wordt – dat Athene verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn financiële moeilijkheden. “De problemen van Griekenland zijn de problemen van Griekenland”, aldus Schäuble, die meent dat hij geen aandeel heeft gehad in de Griekse crisis.

Volgens de Duitser gebruiken de Griekse politici de kredietverstrekkers als een excuus om bezuinigingen op te leggen. “Dat maakt me verdrietig, want niemand wilde Griekenland beschadigen.” Als voorbeeld noemt hij het besluit om de pensioenen te verlagen in plaats van rijke reders belasting te laten betalen. “Dat was geen besluit van het Duitse parlement, maar van de Griekse overheid.”


Armoede ligt op de loer voor 3,7 miljoen Grieken

16 oktober 2017

In Griekenland lopen 3,79 miljoen mensen – 35,6 procent van de totale bevolking – het risico op armoede of sociale uitsluiting. Dat blijkt uit cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat over 2016.

Alleen Bulgarije (40,4 procent) en Roemenië (38,8 procent) scoren slechter. Het Europese gemiddelde ligt op 23,4 procent, dat zijn 117,5 miljoen mensen.

Volgens Eurostat leeft een persoon in armoede of sociale uitsluiting wanneer hij minder dan 60 procent van het gemiddelde nationaal inkomen verdient, wanneer hij niet kan voorzien in eerste levensbehoeften of fundamentele financiële verplichtingen niet kan nakomen.

Sinds 2008 is het aantal mensen dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting in tien EU-landen gestegen. In Griekenland was die stijging het grootst: in 2008 ging het om 3,05 miljoen Grieken, ofwel 28,1 procent van de bevolking.

Mensen in Tsjechië (13,3 procent), Finland (16,6 procent), Denemarken (16,7 procent) en Nederland (16,8 procent) hebben volgens Eurostat
de kleinste kans op armoede.


Dijsselbloem: Einde Grieks steunprogramma in zicht

25 september 2017

Het derde Griekse hulpprogramma kan naar verwachting in de loop van volgend jaar succesvol worden afgerond. Dat heeft Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem gezegd na zijn ontmoeting met premier Alexis Tsipras.

Dijsselbloem sprak over een ‘clean exit’ uit het steunprogramma en zei dat het vertrouwen is teruggekeerd in Griekenland. Hij noemde het Griekse begrotingsresultaat van dit jaar ‘erg sterk’ en zei niet te verwachten dat er een nieuw steunprogramma nodig is. Het huidige programma loopt in augustus 2018 af.

Dijsselbloem is in Athene om de resultaten van het steunprogramma voor Griekenland en de toekomst te bespreken met premier Tsipras en minister van Financiën Euclides Tsakalotos. Volgens de voorzitter van de Eurogroep is er een gezamenlijk belang om de derde review van het programma nog dit jaar af te ronden. Na deze noodzakelijke beoordeling kan Griekenland een nieuw deel van de noodlening ontvangen.

De zware offers die Griekenland moest brengen om aanspraak te maken op leningen van de internationale geldschieters, hebben in het land veel kwaad bloed gezet. Veel Grieken zijn door de opgelegde bezuinigingen en hervormingen dieper in de economische ellende beland.

Tegenover BNR Nieuwsradio zei Dijsselbloem daags voor zijn bezoek aan Athene dat hij zich daar niet verantwoordelijk voor voelt: “Ik ben niet van de lijn dat het programma de economische crisis in Griekenland heeft veroorzaakt. De economische crisis in Griekenland is natuurlijk veroorzaakt door enorme structurele problemen, die al voor de crisis aanwezig waren. Die grote structurele problemen zijn in een heel moeilijke tijd aangepakt.”

Dijsselbloem was niet meer in Athene geweest sinds zijn ongemakkelijke kennismaking met de toenmalige Griekse minister van Financiën Yanis Varoufakis in januari 2015. Na hun gezamenlijke persconferentie fluisterde Dijsselbloem toen in het oor van Varoufakis: “Je hebt zojuist de trojka vermoord”. Varoufakis reageerde daarop met de uitroep ‘wow’.

Griekenland mag van strafbankje

De EU-landen hebben ingestemd dat er een punt wordt gezet achter het begrotingsbewind tegen Griekenland. In juli had de Europese Commissie al aanbevolen om Griekenland van het strafbankje te halen.

In 2009 had Griekenland nog een begrotingstekort van 15,1 procent terwijl dat volgens de EU-regels maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product mag zijn. Na bijna acht jaar bezuinigen en hervormen werd het tekort in 2016 omgebogen naar een overschot van 0,7 procent.

EU-commissaris Pierre Moscovici noemde dat ‘een ongeziene prestatie’ in Europa. Hij verwacht dat Griekenland ook in 2017 en 2018 op de goede weg blijft. Griekenland kampt nog wel met een staatsschuld van 179 procent van het bruto binnenlands product (bbp).