3600 jaar oud beeldje gevonden in Akrotiri

14 oktober 2018

[klik op een afbeelding voor een vergroting]

Bij opgravingen op de archeologische site van Akrotiri op Santorini hebben archeologen een Proto-Cycladisch marmeren beeldje van een vrouwfiguur ontdekt. Het beeldje bevond zich in een kleikist die stamt uit de 16e eeuw voor Christus.

De archeologen vonden in andere rechthoekige kleikisten nog twee kleine marmeren potten, een marmeren flesje en een albasten vaas. De 3600 jaar oude schatten lagen onder het puin in een groot en waarschijnlijk openbaar gebouw, vlakbij de plaats waar in 1999 een beeldje van een gouden steenbok in een kleikist werd gevonden.

De vondsten werpen volgens het Griekse Ministerie van Cultuur een nieuw licht op de ideologie en mogelijke religie van de samenleving op Thera – de oud-Griekse naam van Santorini.

Akrotiri, ook wel het ‘Minoïsch Pompeii’ genoemd, was in de Bronstijd een nederzetting op Santorini. De havenstad maakte deel uit van het culturele en handelsnetwerk van de Minoïsche beschaving. Het was een rijke stad, die intensieve handelsbetrekkingen onderhield met het Minoïsche Kreta.

De nederzetting werd vernietigd door de uitbarsting van de Thera-vulkaan tussen 1650 en 1600 voor Christus en bedolven onder 50 meter dikke laag puimsteen. Hierdoor zijn mooie fresco’s en veel objecten en kunstwerken goed bewaard gebleven. Tijdens opgravingen zijn delen van de stad Akrotiri weer teruggevonden.


Duits museum retourneert gestolen artefacten

10 juni 2014

beeld_cycladischekunstHet Badisches Landesmuseum in het Duitse Karlsruhe heeft twee gestolen antiquiteiten teruggegeven aan Griekenland. Dat heeft het Griekse ministerie van Cultuur laten weten.

Het gaat om twee stukken vroeg-Cycladische kunst: een 88 cm hoog beeld van een vrouwenfiguur en een koperen gebruiksvoorwerp dat lijkt op een soort koekenpan. De artefacten zullen worden opgenomen in de permanente collectie van het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

De gestolen artefacten werden ontdekt door Sir Colin Renfrew, een professor aan de universiteit van Cambridge. Hij kwam erachter dat een aantal voorwerpen in het museum van Karlsruhe na 1975 werd verworven. Dat was dus na het UNESCO-verdrag van 1970 waarin de handel in antiquiteiten van onbekende oorsprong illegaal werd verklaard.

Het Griekse ministerie van Cultuur diende na de ontdekking een officieel verzoek in om de twee oudheden terug naar Griekenland te halen. Dat verzoek werd in eerste instantie afgewezen. De directeur van het Badisches Landesmuseum beschuldigde de Grieken van chantage en zei dat Griekenland geen wettelijke aanspraak kan maken op de artefacten.