Blog: Karaghiozis uit de schaduw

28 september 2013

karaghiozis_kleinGeneraties Nederlanders zijn opgegroeid met de poppenkast en de avonturen van Jan Klaassen en Katrijn. De Grieken hebben het schaduwtheater met Karaghiosis, een antiheld die altijd honger heeft en een armoedig bestaan leidt in een schamel hutje.

Er zijn nog slechts enkele professionele rondreizende karaghiozopechtis in Griekenland. Het schaduwtheater is een uitstervend fenomeen.  Lees verder >>


Heimwee

20 augustus 2012

Meer dan de helft van de Nederlanders kan op vakantie niet zonder Hollandse etenswaar. Drop, ontbijtkoek, kaas, aardappelen en hagelslag gaan mee in de koffer als ze naar zonniger oorden afreizen. Zodat ze ook op die camping aan de Middellandse Zee net zo kunnen eten als thuis.

Ergens begrijp ik ze wel, die mensen die altijd een stukje thuis met zich meenemen op als ze voor een paar weken van huis zijn. Ik doe namelijk precies hetzelfde. Niet dat ik een kilo Goudse kaas in mijn koffer stop als ik Nederland tijdelijk achter me laat, of een pondje dubbelzoute drop in mijn handbagage meezeul. Verre van dat zelfs. Nee, ik ga juist met een zwaardere koffer terug als ik in Griekenland ben geweest.

Oregano, honing, een fles metaxa, olijfolie, pastelli, uitjes voor de stifado, loukoumia. Ik heb het nodig om de heimwee te stillen als ik niet in Griekenland ben. Home is where the heart is. En mijn hart klopt in Griekenland.

Het afscheid valt me altijd zwaar en het duurt ook even voor ik mijn draai weer heb gevonden in mijn eigen huis en het Nederlandse leven. Het Griekse gevoel probeer ik zoveel mogelijk vast te houden met Griekse muziek, films en natuurlijk Grieks eten. Maar toch, het is niet hetzelfde.

Zijn het de geuren, het licht, de natuur of toch de mensen die ervoor zorgen dat ieder bezoek aan Griekenland voelt als thuiskomen? Ik weet het niet precies. Maar toen ik voor de eerste keer voet zette op Griekse bodem, voelde het goed. Ik was thuis. En dus zit ik nu met dat onbestemde gevoel op de bank in het land waar ik geboren ben en waar mijn roots liggen. Dat knagende verlangen naar de plek waar ik het liefste zou zijn. Μου λείπει πολύ η Ελλάδα…


Het liefdesverhaal van de olijfboom

25 maart 2012

Een vriendin is niet zo lang geleden in het huwelijksbootje gestapt en ik moest diep nadenken over een origineel huwelijkscadeau. Geld of een cadeaubon vond ik te onpersoonlijk (en niet erg origineel bovendien). Een mooi groot boeket bloemen dan? Maar die gooi je na een week weer weg en ik wilde iets blijvends geven. Geen bloemen dus. Opeens wist ik het: een olijfboompje!

olijfboomEen paar jaar geleden vertelde iemand in Griekenland me een heel mooi verhaal over het ontstaan van de olijfboom. Toen ik zat te piekeren over het bruiloftscadeau schoot het me plotseling weer te binnen.

Het verhaal gaat over een oud Grieks echtpaar dat samen rustig en eenvoudig leeft in een klein huisje. Op een dag wordt de man ’s morgens wakker en hij merkt dat zijn vrouw ziek is. Haar toestand gaat zienderogen achteruit en na drie dagen blaast ze haar laatste adem uit. De oude man is ontroostbaar.

Als de man huilt om het verlies van zijn vrouw verschijnt Zeus aan hem. De oude man smeekt Zeus om zijn vrouw weer levend te maken, maar de oppergod zegt dat dit niet mogelijk is. ‘Dan wil ik sterven’, zegt de man. ‘Zodat ik altijd  samen ben met mijn vrouw.’ Na lang aarzelen besluit Zeus deze wens in te willigen. Vervolgens plant de god een boom die twee in elkaar verstrengelde stammen lijkt te hebben en die heel erg oud kan worden. De olijfboom.

(Een lange versie van het verhaal staat hier, ontdekte ik na een rondje googlen)

Er bestaat in Griekenland trouwens nog een ander verhaal over de olijfboom. Volgens de mythologie was de boom een geschenk van de godin Athene aan de mensen. De oorspronkelijke boom van Athene zou nu nog steeds bovenop de Acropolis te vinden zijn.

Maar eerlijk gezegd vind ik het verhaal van het oude echtpaar zoveel mooier. En als je naar naar zo’n prachtige oude olijfboom kijkt, herken je in de grillig gevormde stam – met een klein beetje fantasie – twee lichamen die innig in elkaar zijn verstrengeld.


It’s all Greek to me

1 februari 2012

It’s all Greek to me, verzuchten de Engelstaligen als ze geen bal – of beter gezegd: geen jota – begrijpen van wat er zojuist gezegd is. De uitdrukking is waarschijnlijk een vertaling van de Latijnse zin Graecum est; non legitur (Het is Grieks en daarom niet te lezen). De Grieken zeggen zelf trouwens Αυτά μου φαίνονται κινέζικα (Dat lijkt me Chinees) als ze iets niet begrijpen. Daar kan ik me veel meer in vinden, want Chinees…daar is dus écht geen touw aan vast te knopen!

Maar goed, voor heel wat mensen is het Grieks dus een soort abracadabra. Een moeilijke taal met onbekende klanken en dan ook nog eens met van die vreemde letters. Zelf vind ik dat reuze meevallen. Okee, de grammatica is best lastig maar het Griekse alfabet (Το Ελληνικό αλφάβητο) heb je redelijk snel onder de knie. En dus moet ik van mezelf Griekse woorden lezen als ik ze zie. Gebruiksaanwijzingen, verpakkingen in de supermarkt of bordjes langs de weg. Het is bijna dwangmatig.

Vaak valt mijn oog ook eerder op de Griekse letters dan op een Engelse of Nederlandse tekst ernaast. Zo zocht ik twee jaar geleden op het vliegveld van Athene naar de vertrektijden van de metro. Terwijl ik mijn best deed om het Griekse informatiebord te lezen, wees reisgenoot T. me lachend op de Engelse tekst die er levensgroot naast hing. Had ik compleet over het hoofd gezien.

Dat ik soms een beetje doorsla in mijn Griekse taalmanie bleek onlangs in Rotterdam. Onderweg naar Las Palmas II passeerden we Café Rotterdam. Voor het café van de cruiseterminal stond een bord met affiche waarop een luncharrangement werd aangeprezen. De ontwerper van de poster had heel creatief de twee T’s van Rotterdam van een gezamenlijk streepje voorzien. En dus las mijn ‘Griekse brein’ geen ττ maar π (pi, de Griekse letter P).

Het duurde dan ook even voor het kwartje viel. Er stond geen Roperdam, wat ik al zo’n gek woord vond, maar gewoon Rotterdam. Ρόττερνταμ, Roperdam, Rotterdam. Voor mij is het allemaal Grieks.


Sleutels kwijt? Bak een cake!

7 oktober 2011

Ik ben altijd wel wat kwijt. Sleutels, pennen, mijn zonnebril, de afstandsbediening van de tv of die ene cd die gisteren toch écht nog bovenop de stapel lag. Ik heb zelfs ooit eens mijn hele huis overhoop gehaald omdat ik een paar laarzen nergens meer kon vinden. En die waren nog wel paars.

“Als je hoofd niet vastzat, zou je dat ook nog kwijtraken!” Hoe vaak heb ik dat  vroeger niet naar mijn hoofd gekregen. Want dat dingen bij mij altijd zoekraken heeft dus echt niets met voortijdige aftakeling te maken. Als kind was ik altijd al vanalles kwijt.  Zaken die ik echt niet mocht kwijtraken, gaf ik daarom meestal bij mijn moeder in bewaring.

Maar ja, als je ouder wordt en op jezelf woont is mams niet meer in de buurt om te helpen bij een desperate zoektocht naar spoorloos verdwenen sleutels, telefoonopladers of haarborstels. Ik had nooit gedacht dat een Grieks kookboek uitkomst zou bieden bij mijn ‘vergeteritis’. Daar las ik namelijk het recept voor fanourópita, een cake voor verloren voorwerpen.

De cake wordt gebakken ter ere van Agios Fanourios, de beschermheilige van de verloren voorwerpen. De dag voor zijn naamdag op 27 augustus bakken Griekse huisvrouwen de fanourópita en op de feestdag zelf wordt het gebak in de kerk gezegend en gedeeld met de andere gelovigen.

Gelukkig kun je een fanourópita het hele jaar door bakken. Bijvoorbeeld wanneer je iets kwijt bent. Dus ga ik zo maar eens aan de slag in de keuken. Maar eerst eens bedenken waar ik de mixer ook al weer had gelaten.

Het recept:  Meng in een kom 360 gr bloem, 160 gr suiker,  1 el bakpoeder, 1 el kaneel, 185 ml olijfolie, 185 ml versgeperst sinaasappelsap en 1 tl vanille-extract met de mixer, doe het (dikke en kleverige) beslag in een ronde bakvorm en schuif het 40 minuten  in de oven op 190 graden.


My big fat Greek…looks

7 december 2010

“Oh, I thought you were Greek.” Ook tijdens mijn jaarlijkse verblijf op Zakynthos was het weer eens raak. Het is me nu zo vaak overkomen dat het me eigenlijk niet meer zou moeten verbazen.  Maar wennen doet het ook nooit. Zodra ik voet op Griekse bodem zet, word ik door de lokale bevolking voor een landgenoot aangezien. Zonder dat ik ook maar één woord heb gezegd, spreken ze me in het Grieks aan.

Toegegeven: ik voel me er zeer door vereerd, maar toch begrijp ik er niets van. Grieks? Ik? Nah! Toch?  Nu lukt het me redelijk om de schijn op te houden, maar uiteindelijk schiet mijn Grieks dan toch tekort en val ik door de mand. De betreffende Griek meestal in totale verbijstering achterlatend.

Dat niet iedere Griek me voor één van de zijnen aanziet, bleek op Kalymnos  (waar ik officieus geadopteerd werd als Griek onder het motto ‘you look Greek, you talk Greek, you act Greek, so you ARE Greek’)

“Vind je ook niet dat zij er heel Grieks uitziet?”, wilde een Griekse kennis van één van zijn vrienden weten toen we ‘s avonds op een terrasje zaten. Die bekeek me eens goed en zei toen heel beslist: “No, she looks Spanish.” Spaans? Spááns? Tsk!!! Ik was diep beledigd. Tja, wij Grieken zijn nou eenmaal een trots volk.


Aantrekkingskracht

26 juni 1912

Ik ben een magneet. Nou ja, niet in de letterlijke zin des woords natuurlijk. Maar ik heb de gave om bijna overal waar ik kom een Griek tegen het lijf te lopen.  Alsof ik ze aantrek. Het effect van een broodje aardbeienjam op een wesp, zeg maar. In heel Nederland wonen ongeveer 15.000 Grieken en het lijkt wel of er altijd eentje op precies dezelfde plaats is als ik.

Dat ik bij het verlaten van mijn huis of bij het thuiskomen na een avondje stappen in vrolijk Grieks word begroet, ben ik ondertussen wel gewend.  Ik woon namelijk boven een Grieks restaurant. Maar ook op minder voor de hand liggende plaatsen geeft mijn Griekse radar een signaal af.

Begin april stond ik in Barcelona op de bus te wachten.  Terwijl ik geniet  van het zonnetje, luister ik naar de geluiden van de stad. Dan vang ik klanken op die niet Spaans zijn, maar me wel vertrouwd in de oren klinken. Grieks. Vlak naast me staan drie mannen te wachten op dezelfde bus als ik. Grieken. Ik probeer hun gesprek af te luisteren en glimlach als ze mopperend naar een terrasje lopen omdat de bus te lang op zich laat wachten.

Of die keer in de Hema dat ik iemand achter me verrast “aυτά είναι φτηνή!” hoorde uitroepen. Mijn eerste reactie was om te kijken wat er dan precies zo goedkoop was. Een fractie van een seconde later herkende ik de taal. Grieks.  Nog een voorbeeld: op het station hoor ik een man zich hardop afvragen waar nu toch de trein naar Rotterdam vertrekt. Ik wijs naar het perron aan de overkant en realiseer dat de man het in het Grieks vroeg.

In de trein richting Amsterdam had ik ook eens zo’n toevallige ontmoeting. De jongen naast me beantwoordt zijn mobiele telefoon met een afgemeten “ναι” en begint een gesprek over de juiste plaats en tijd waar de persoon aan de andere kant van de lijn hem moet komen ophalen. Tegen de tijd dat we het station binnenrijden waar ik moet uitstappen heeft hij zijn gesprek beëindigd. Ik  tik hem op zijn schouder en vraag in het Grieks of ik er misschien even langs mag. De jongen kijkt me aan, knikt en schuift zonder blikken of blozen een stukje op zodat er genoeg ruimte is om op te staan.

En dat vind ik eigenlijk het allermooiste van al die verrassende ‘ontmoetingen’ met Grieken. Ze zijn nooit verbaasd als je ze in hun eigen taal aanspreekt. Alsof ze het ook voelen. Een soort aantrekkingskracht van Griekse magneten.


Griekse Winkel van Sinkel

12 november 1900

In de Winkel van Sinkel / Is alles te koop / Daar kan men krijgen / Mandjes met vijgen / Doosjes pommade / Flesjes orgeade / Hoeden en petten / En damescorsetten / Drop om te snoepen / En pillen om te poepen

Aan dit oude reclamerijmpje moet ik altijd denken als ik in Griekenland een περίπτερο zie. Een soort mini-Winkel van Sinkel. Op vrijwel iedere straathoek is er één te vinden: een kleine kiosk waar bijna alles te koop is. Al heb ik er nog nooit damescorsetten gezien. Pillen om te poepen trouwens ook niet, maar het zou heel goed kunnen dat die ergens onder de toonbank liggen.

peripteroWant het assortiment is enorm: van kranten tot koekjes, sigaretten, kauwgom en koude dranken en van buskaartjes tot condooms, tandenborstels en aspirine. In een περίπτερο is alles te koop wat een mens nodig kan hebben. Steeds verbaas ik me er weer over hoeveel spullen er op zo’n klein oppervlak passen. De meeste kiosken hebben een vloeroppervlak van 1,3 x 1,5 meter en werkelijk iedere millimeter wordt benut. Het loketje waar de kioskhouder zaken door doet is vaak niet groter dan een opengeslagen krant, binnen is net genoeg ruimte voor een stoel.

De περίπτερο is big business, ook in tijden van crisis. De gemiddelde dagomzet was  in 2011 zo´n 1500 euro, een kiosk op een toplocatie kan zelfs 2500 euro per dag omzetten.  Niet iedereen kan zomaar een kiosk openen. Licenties gaan in eerste instantie naar gehandicapten, oorlogsinvaliden, weeskinderen en anderen uit sociale achterstandsgroepen.

De eerste περίπτερο opende in 1911 op de Panepistimiou-straat in Athene. Tegenwoordig zijn er 46.000 kiosken in Griekenland. Alleen al in het centrum van Athene zijn er zo’n 1200 te vinden.  De hele agglomeratie Athene telt er 5500, Thessaloniki ongeveer 1500. Er staat er dus bijna  letterlijk eentje op iedere straathoek.  De meeste kiosken zijn geopend van acht uur ´s morgens tot middernacht, maar in het centrum van Athene blijven sommige zelfs de hele nacht open.

Dus heb je ’s avonds laat honger? Trek in een ijsje? Hoofdpijn? Of geen sigaretten meer? De περίπτερο biedt altijd uitkomst. Misschien zelfs als je pillen om te poepen nodig hebt.


Het boze oog

10 september 1900

“Mensen met fronsende wenkbrauwen die in het midden bij elkaar komen, die hebben het – en mensen met blauwe ogen natuurlijk” (Dinner with Persephone – Patricia Storace)

Veel Grieken geloven heilig in het bestaan van het ‘boze oog’. Word je plotseling ziek,krijg je ineens barstende hoofdpijn of heb je heel veel pech? Grote kans dat je matiasmeni bent. Iemand heeft je het boze oog gegeven.

matiaVaak is de overbrenger van het ongeluk zich er niet van bewust. Volgens een bijgeloof kan het boze oog bijvoorbeeld verpakt zitten in een compliment. Een compliment kan afgunst verbergen, is de gedachte, waardoor de jaloezie wordt overbracht. Kinderen, knappe mensen en dieren lopen het grootste risico, maar ook nieuwe huizen of auto’s kunnen op deze manier het boze oog krijgen.

Gelukkig bestaan er bezweringen om het kwaad af te wenden. Drie keer op de grond spugen (of “ftou, ftou, ftou” zeggen) na een compliment is dé remedie om het boze oog te verdrijven. Of om te voorkomen dat je zelf per ongeluk het boze oog over iemand afroept.

Ben je vergeten op de grond te spugen of heeft het onverhoopt niet geholpen? Geen nood; sommige yiayia’s kunnen de vloek onschadelijk maken. De oude dame in kwestie kijkt eerst of er inderdaad sprake is van een matiasmeni. Dat doet ze door een lepel olijfolie in een glas water te laten vallen. Lost de olie op, dan is de ongelukkige inderdaad ten prooi gevallen aan het boze oog. Met wat gebedjes, spugen op de grond en het sprenkelen van wijwater is het kwaad zo afgewend.

Een andere manier om het boze oog tegen te gaan is het dragen van een blauw glazen oog, een mataki, als amulet. Of door gewoon niet teveel op te scheppen over je rijkdom of gezondheid.

Zelf ben ik niet bijgelovig. Zonder problemen loop ik onder een ladder door, aai ik zwarte katten die mijn pad kruisen en stap ik op vrijdag de dertiende in een vliegtuig. Maar in mijn zak zit altijd een matiaki. Voor de zekerheid.


Iconische ‘Griekse’ koffiebeker was marketingtruc

27 augustus 1900

Grote kans dat je er een in je handen hebt gehouden als je in de afgelopen vijftig jaar in New York bent geweest. Zelfs als je nog nooit een voet in de Big Apple hebt gezet, heb je ze ongetwijfeld wel eens gezien. Ze figureren namelijk in heel wat films en tv-series die zich in deze stad afspelen: de blauwe kartonnen bekertjes voor een coffee-to-go met een Grieks geïnspireerd design. 

NYCup_300Het koffiebekertje (ook bekend als de Anthora-beker) zag in 1963 het levenslicht bij de Sherri Cup Company in Connecticut en werd speciaal gemaakt om in de smaak te vallen bij de eigenaren van diners, delicatessenwinkels en coffeeshops in New York, die vaak Grieks waren. Door bekers met een Grieks thema op de markt te brengen en in te spelen op de vaderlandsliefde en trots van de Grieken, hoopte Sherri Cup de tegenvallende omzet van het bedrijf weer een boost te geven.

Hommage aan Griekse cultuur

Leslie Buck, een Tsjechische immigrant en Holocaust-overlevende die bij Sherri Cup werkte als sales manager en het daarna schopte tot marketingdirecteur bij het bedrijf,  bedacht de Griekse beker. Hoewel hij geen kunstopleiding had, werkte Buck het ontwerp helemaal zelf  uit. Maar niet voordat hij een diepgravend onderzoek had gedaan naar de Griekse cultuur. Het resultaat was een ontwerp dat een hommage bracht aan Griekenland.

De blauwe en witte kleuren van de beker symboliseren de Griekse vlag. Het middelpunt van het ontwerp is het motto ‘We are happy to serve you’ boven drie dampende koppen koffie, de goudkleurige letters zijn uitgevoerd in een Griekse stijl. Een meanderpatroon siert de randen van het bekertje, waarop ook twee Griekse urnen (amfora) staan afgebeeld. Aan die amfora dankt de koffiebeker ook zijn naam; met zijn Oost-Europese accent zou Leslie Buck het woord hebben uitgesproken als “anthora”.

500 miljoen bekertjes

Het ontwerp van Buck was direct een groot succes. De populariteit van het blauwe koffiebekertje hield tientallen jaren stand. In de jaren negentig verkocht Sherri Cup er honderden miljoenen per jaar. In 1994 werden er 500 miljoen bekers verkocht, maar na de overname van Sherri Cup door de Solo Cup Company ging het al snel  bergafwaarts met de omzet.

Volgens de New York Times was dat mede te wijten aan de komst van Starbucks naar New York in dat zelfde jaar. Daardoor  verdwenen steeds meer traditionele coffeeshops of  de zaken werden vervangen door een filiaal van de hippe koffieketen. In 2005 zag Sherri Cup de verkopen dalen naar 200 miljoen en in 2012 kwam er een einde aan de productie van het beroemde New Yorkse koffiebekertje. Toch verdween de Anthora nooit uit het straatbeeld van New York.

NYcup_MadMen

De Anthora-beker in Mad Men

Iconisch

In heel wat films en tv-series die zich afspelen in New York (bijvoorbeeld Wolf of Wall Street, Men in Black, NYPD Blue, Mad Men en Law & Order) drinken de personages koffie uit het blauwe bekertje dat inmiddels net zo’n icoon is als de gele taxi’s in het straatbeeld van de eeuwig wakkere stad.

De New York Times plaatste de Griekse koffiebeker op de lijst van de 50 voorwerpen die de geschiedenis van New York belichamen. Het Museum of Modern Art begon met de verkoop van een keramische versie van de koffiebeker. In december 2015 blies het bedrijf Dart Container de Anthora nieuw leven in en werd een licentie verleend om portemonnees, manchetknopen en horloges te maken met het beroemde ontwerp.

En Leslie Buck? Die heeft nooit royalty’s  ontvangen voor zijn ontwerp, maar als verkoper profiteerde hij volop van de populariteit van zijn geesteskind. Toen hij in 1992 met pensioen ging maakte Sherri Cup 10.000 speciale bekertjes voor hem met daarop de woorden ‘It was our pleasure to serve you’. Buck overleed in 2010 op 87-jarige leeftijd.