Archeologen brengen eilandje Rineia in kaart

28 juni 2020
Het eiland Rineia, met op de achtergrond Delos

Buureiland Delos is een stuk bekender, maar ook het Cycladen-eilandje Rineia heeft een rijke geschiedenis – die maar weinigen kennen. Twee archeologen van het Cycladische Eforaat van Oudheden, Dimitris Athanasoulis en Zozi Papadopoulou, willen de historie van het eiland in kaart brengen.

“We willen het archeologische onderzoek naar Rineia dat een eeuw geleden is begonnen, verbreden en verdiepen”, zegt Athanasoulis tegen de krant Kathimerini. “Maar we willen ook alles op het eiland documenteren zodat het kan worden beschermd tegen illegale activiteiten of diefstal van antiquiteiten. Feit is dat Rineia in de 18e en 19e eeuw werd geplunderd.”

Onbezoedeld

Rineia is 14 km2 groot en ligt 9 kilometer ten zuidwesten van Mykonos en ongeveer een kilometer ten westen van Delos in de Egeïsche Zee. De twee buureilanden worden gescheiden door een smalle zeestraat.

Het eiland is volledig eigendom van de staat en het bezitten van onroerend goed is niet toegestaan. Tot de jaren tachtig van de vorige eeuw had het eiland een kleine bevolking, maar momenteel zijn er geen permanente bewoners. Wel huren bewoners van Mykonos stukken land waar ze hun schapen en geiten laten grazen.

Rineia kreeg enkele jaren geleden enige bekendheid door berichten in de pers over illegale bouw op het beschermde eiland. “Rineia maakt deel uit van Delos en moet onbezoedeld blijven. Het doel is om het voor altijd te beschermen tegen constructie”, zegt Zozi Papadopoulou.

Necropolis van Delos

In de oudheid werd het eiland onderworpen door de tiran Polycrates van Samos en gewijd aan de god Apollo, door het (volgens de overlevering) met een zware ketting aan Delos vast te maken. De zuidelijke helft van Rineia werd gebruikt als de necropolis van Delos.

In de winter van 426-425 voor Christus verwijderden de Atheners alle graven van Delos. Ook bepaalden ze dat er op Delos niemand meer geboren mocht worden of mocht sterven. Zwangere vrouwen werden naar buureiland Rineia gebracht, en ook de doden werden er begraven.

Rineia was in de oudheid een ontwikkelde stad, met activiteiten variërend van de handel in porfyra (paarse verfstof), de teelt van tarwe, gerst en druiven tot steengroeven, waauit blijkt dat gneis een belangrijke bron van rijkdom was. Dit gesteente werd ook gebruikt om de fundering van het heiligdom van Apollo te bouwen.

Vogelsculpturen en altaar

In 1898 begonnen de archeologen Dimitris Stavropoulos en Dimosthenis Pippas met de eerste opgravingen op Rineia. Zij legden in het zuiden van het eiland graven bloot en ontdekten een ‘unieke stad van leven en dood’. Bij hun onderzoek maakten de archeologen gebruik van het boek ‘Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog’ van Thucydides, een Atheense historicus en generaal (ca. 460-400 voor Christus). Hun vondsten zijn nu te zien in verschillende internationale musea.

Op Rineia zijn eerder al fragmenten van enorme vogelsculpturen en steles gevonden – die nu tentoongesteld worden in het museum op Delos. Ook vonden archeologen restanten van oude boerderijen, een tot dusver onbekende weg en sporen van een groot altaar op een plek met de naam Homasovouni. Archeologen denken dat op die plek mogelijk een heiligdom heeft gestaan dat aan Artemis (de tweeling zus van Apollo) was gewijd, met een tempel, een altaar, een eetgedeelte en enkele huizen.

Konstantinos Kavafis

De dichter Konstantinos Kavafis verbleef tijdens zijn eerste reis naar Griekenland in juni 1901 ook enige tijd op Rineia. Hij bracht er twee dagen door in het openbare sanatorium, dat vanaf het midden van de 19e tot het begin van de 20e eeuw werd gebruikt om schepen die van de Middellandse Zee naar de Griekse havens varen in quarantaine te plaatsen tijdens uitbraken van cholera en andere ziekten.

Kavafis beschreef zijn ervaringen op Rineia in zijn dagboek. In het sanatorium werd hij onderzocht door artsen die hij allemaal beschrijft als zeer vriendelijk. Rineia noemt hij ‘een prachtige plek, maar blijkbaar verlaten door boeren’.


Beeldjes Artemis en Apollo te zien in museum

23 juli 2019

[klik op een afbeelding voor een vergroting]

De twee beeldjes van de goden Apollo en Artemis die drie jaar geleden werden ontdekt bij opgravingen op Kreta zijn vanaf 24 juli te zien in het Archeologisch museum van Chania.

Ze werden in 2016 gevonden bij opgravingen op de archeologische site van het oude Aptera (bij Souda), aan de noordwestkust van het eiland. Volgens de archeologen dateren de sculpturen uit de tweede helft van de 1e eeuw of het begin van de 2e eeuw na Christus.

De beelden, die bij elkaar hoorden, staan op een stenen sokkel en zijn ongeveer een halve meter hoog. Artemis werd gegoten in brons, haar tweelingbroer Apollo werd gehouwen uit marmer. Waarschijnlijk werden ze naar Kreta geïmporteerd als woonaccessoires voor een luxe villa uit de Romeinse periode.

Het beeld van de jachtgodin Artemis, die werd aanbeden in Aptera, is in zeer goede staat. Alle ledematen zijn intact en de godin poseert alsof ze klaarstaat om een pijl af te schieten. Het Apollo-beeld is eenvoudiger van stijl en heeft sporen rode verf op zijn sokkel.

De stukken worden op 24 juli voor het eerst getoond aan het publiek. Daarna worden de twee beeldjes opgenomen in de permanente collectie van het Archeologisch museum van Chania.


Beeldjes Artemis en Apollo gevonden op Kreta

26 januari 2016

beeldje_artemisBij opgravingen op de site van het oude Aptera op Kreta hebben archelogen twee kleine, maar bijzondere beelden gevonden die de goden Artemis en Apollo voorstellen.

De beelden, die waarschijnlijk bij elkaar hoorden, zijn (inclusief sokkel) ongeveer een halve meter hoog. Artemis werd gegoten in brons, haar tweelingbroer Apollo werd uit marmer gehouwen.

Het beeld van de jachtgodin Artemis, die werd aanbeden in Aptera, is in zeer goede staat. Alle ledematen zijn intact en de godin poseert alsof ze klaarstaat om een pijl af te schieten. Het Apollo-beeld is eenvoudiger van stijl  en heeft sporen rode verf op zijn sokkel.

Gedurende de Minoïsche beschaving en de Hellenistische periode was Aptera een machtige stadstaat. Volgens de archeologen dateren de beelden uit de tweede helft van de 1e eeuw of het begin van de 2e eeuw na Christus. De sculpturen werden waarschijnlijk geïmporteerd naar Kreta als woonaccessoires voor een luxe villa uit de Romeinse periode.

Volgens de Griekse mythologie was Aptera het toneel van een zangwedstrijd tussen de muzen en de sirenen. De muzen wonnen en als straf werden bij de sirenen hun veren uitgetrokken. Daardoor stortten ze in zee. De stad kreeg vervolgens de naam Aptera, wat ‘zonder vleugels’ betekent.